Emotionele stoornissen


Psychische problemen, een veel voorkomend probleem onder adolescenten. Bij de meeste adolescenten gaat het om kleine psychologische problemen, bij een klein deel zo’n 5% is er sprake van ernstige psychische problemen en noemt men het ook wel een emotionele stoornis. Emotionele stoornissen komen voor in vele verschillende vormen en maten. Hieronder staat een overzicht van de meest voorkomende emotionele stoornissen.

emotionele_stoornissen.jpg

Algemene informatie

Oorzaken

De oorzaak voor een emotionele stoornis is vaak lastig te traceren. Er zijn echter een aantal risico factoren die de kans op de ontwikkeling van een emotionele stoornis vergroten. Hieronder staat een overzicht van veel voorkomende risicofactoren.
Gebied
Risicofactor
Gezin
- Gebrek aan warmte en responsiviteit
- Gebrek aan respect
- Verwaarlozing
- Hard en veel straffen
- Ouders met problemen

School
- Weinig structuur
- Autoritaire leiding
- Slechte leerprestaties
- Geen motivatie
- Veel spijbelen

Vrije tijd
- Geen vrienden
- Delinquenten vrienden
- Onvermogen vrienden te houden
- Riskante leefstijl

Jeugdige
- Gebrek aan zelfcontrole
- Laag of overschat zelfbeeld
- ineffectieve copingmechanismen
- negatieve zelfschikking

Citaat: stille leerlingen zeggen veel- Els van der Vegt & Jan Hendrik Loonstra


Men heeft de laatste jaren geconstateerd dat mannen steeds vaker te maken krijgen met angst en depressieve stoornissen. Dit zou volgens het onderstaande citaat te maken kunnen hebben met de veranderde samenleving waarin wij leven.

Tegenwoordig wordt er van jongens en mannen verlangd dat zij hun agressie onderdrukken en dat ze minder autoritair zijn. De emancipatie van de vrouw heeft ervoor gezorgd dat vrouwen verwachten dat jongens en mannen meet zorgtaken op zich nemen, dat ze meer praten en zich meer inleven in anderen. Door deze veranderingen in de rol van jongens en mannen, kunnen zij meer last krijgen van angsten en depressies.
Ongewild lastig- Monique Baard, Désirée van der Elst en Mieke van Leijenhorst

Stemmingstoornis

Een stemmingstoornis ontstaat vrijwel nooit spontaan, er is bijna altijd een gebeurtenis aan vooraf gegaan waardoor de depressiviteit opgang is gekomen. Het niet kunnen uiten van emoties kan ook leiden tot depressie. En verder vermoed men dat depressie erfelijk is, het is in ieder geval duidelijk dat de aard van de persoon een belangrijke rol speelt in het wel of niet ontwikkelen van depressiviteit onder bepaalde omstandigheden.
De omgeving heeft vaak een negatief effect op de ontwikkeling van depressie. Het gedrag wat iemand vertoond die last heeft van depressieve gevoelens zorgt vaak voor negatieve reacties uit de omgeving. Dit leid er vervolgens toe dat de persoon zich nog rotter en ellendiger gaat voelen en dus nog depressiever wordt.

Angststoornis

Bij angststoornis speelt aanleg en erfelijkheid een grote rol. 60 tot 80% van de jongeren die leid aan een angst heeft een familielid die er ook aan leid.
Ook de opvoeding heeft een grote invloed op de ontwikkeling van een angststoornis bij een jongere. Zo kan er in de opvoeding te weinig structuur geboden worden, kunnen ouder te beschermend zijn of kunnen er te hoge eisen gesteld worden waardoor een angststoornis zich ontwikkeld.
En als laatste hebben gebeurtenissen een grote rol op het ontwikkelen van een angststoornis. Zo kan een negatieve gebeurtenis kan leiden tot een angst voor soortgelijke situaties. Maar ook het zien van iemand anders die ergens bang voor is kan leiden tot het overnemen van die angsten.

Dwangstoornis

Het onderzoek naar de oorzaak van de dwangstoornis is nog volop in gang. Men vermoed dat een dwangstoornis erfelijk bepaald is. Verder hebben opvoeding, trauma’s en stress invloed op de dwangstoornis. Zij kunnen namelijk de dwangstoornis verergeren maar ze zijn niet de aanleiding tot het ontstaan van een dwangstoornis.

Wat is het…

stemmingsstoornis

Een stemmingsstoornis ontstaat door een onbalans van het affectregulatiesysteem. Dit systeem zorgt ervoor dat emoties adequaat geregistreerd, geëvalueerd en aangepast worden op een manier waardoor negatieve emoties niet langer duren dan nodig is en positieve emoties niet heftiger zijn dan nodig is.
Doordat het affectregulatiesystheem niet optimaal werkt ontstaan er extreem negatieve emoties en ontstaan er depressieve buien. Iemand die leid aan depressie ziet van veel dingen het positieve niet meer in en is vaak erg somber.

Angststoornis

Angst is een belangrijke functie van het menselijk lichaam, het is een alarm voor bedreigende situaties. Wanneer men leid aan een angststoornis is het echter zo dat de angsten het leven van een persoon op een negatieve manier gaan beïnvloeden.

Dwangstoornis

Een jongere die leid aan een dwangstoornis heeft last van dwanggedachten en/of dwanghandelingen die het leven van de jongere beïnvloeden. De dwanggedachten en dwanghandelingen vloeien vaak voort uit angsten waardoor een dwangstoornis lijkt op een angststoornis. Het grote verschil tussen een angststoornis en een dwangstoornis is dat iemand met een angststoornis de dingen waar hij bang voor is uit de weg gaat. Iemand met een dwangstoornis doet dit niet maar gaat dwangmatig handelingen verrichten om over de angst heen te komen.
Over het algemeen wordt als maatstaaf genomen dat iemand leid aan een dwangstoornis leid wanneer de dwanggedachten en/of handelingen meer dan één uur per dag in beslag nemen, deze gedachten en/of handelingen vervelend zijn voor de jongeren en dat de jongere er zelf geen grip op heeft.
Een dwangstoornis valt onder te verdelen in twee groepen, de poeters en de controleurs. De poeters zijn jongeren met een extreme smetvrees, zij zijn bang om overal besmet van te raken. De controleurs zijn jongeren die alles moeten controleren.

Het meest opvallende gedrag

Stemmingsstoornissen

Depressie is een stoornis waarbij de volgende drie kernsymptomen gedurende een langere periode aanwezig zijn. Verder moeten de symptomen een negatief effect hebben op de persoon die aan de depressie leid.
1.
Een sombere, droevige, matte, neerslachtige stemming.
2. Een onvermogen om te genieten en plezier te hebben.
3. Een verlies van interesse en motivatie.
Citaat: stille leerlingen zeggen veel- Els van der Vegt & Jan Hendrik Loonstra
Jongeren met een depressie hebben behoefte aan mensen om hun heen, ze zijn afhankelijk van anderen. In de puberteit komt er echter een ontwikkeling opgang waarin jongeren op zoek gaan naar onafhankelijkheid. Deze tegenstrijdigheid zorgt ervoor dat sommige adolescenten hun afhankelijkheid gaan verbloemen, ze gaan zich stoer gedragen, tonen seksueel getint gedrag, worden dwars, hebben leerproblemen,ontwikkelen eetstoornissen, tonen onacceptabel gedrag, gaan drugs en drank gebruiken enzovoort.


Angststoornis

Veel jongeren met een angststoornis zijn rustig en teruggetrokken maar dat geld zeker niet voor alle jongeren met een angststoornis. Een angststoornis verzorgt bijna in alle gevallen lichamelijke klachten, adolescenten klagen vaak over buik en hoofdpijn.
Een angststoornis kan zich op drie verschillende manieren uiten, namelijk in het denken, in het gedrag en lichamelijk.
In het denken:

· veel piekeren, veel angstige gevoelens, bezorgdheid en vervelende gedachten over nare gebeurtenissen
In het gedrag:

· Rusteloos, erg bewegelijk, vaak nerveus, prikkelbaar, angstige situaties ontlopen, huilen, verstijven, opstandigheid en vragen om gerust gesteld te worden.
Lichamelijk:

· Zweten, versnelde hartslag, duizeligheid, veranderen van de ademhaling en trillen.

Dwangstoornis

Jongeren die leiden aan dwangstoornissen hebben last van onzekerheid, angsten woede en frustraties. Ze denken vaak erg lang over dingen na en kunnen slecht beslissingen maken. Het belangrijkste kenmerk is natuurlijk het dwangmatig handelen, jongeren die leiden aan een dwangstoornis doen bepaalde dingen altijd op de zelfde manier. Het zijn een soort van rituelen.
Die rituelen gaan de jongeren het liefst uit de weg, daarom vermijden leerlingen met een dwangstoornis vaak bepaalde activiteiten.

De invloed van de stoornis op de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling

Stemmingsstoornissen:

Stemmingsstoornissen houden vaak aan gedurende een langere periode en keren vaak terug. Hoe langer de depressie aan houd hoe meer gevolgen dit zal hebben voor de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van de adolescent. Door een lang aanhoudende depressie komen alle ontwikkelingstaken onder druk te staan. In de adolescentie is het de taak van de adolescent zichzelf te ontdekken, een eigen persoonlijkheid te ontwikkelen en zichzelf onder elke omstandigheid dezelfde eigen ik te voelen. Verder leren jongeren tijdens hun adolescentie om te gaan met anderen, rekening te houden met anderen en vriendschappen aan te gaan met anderen. Wanneer een adolescent last heeft van depressie zullen deze ontwikkelingen niet of nauwelijks opgang komen, dit heeft niet alleen gevolgen voor het voor de processen tijdens de puberteit maar ook voor de processen die zich daarna afspelen waarin het aangaan van intieme relaties en het ontwikkelen van toekomstdoelen centraal staat.

Angststoornis

De wereld van jongeren die leiden aan een angststoornis wordt steeds kleiner, ze ondernemen steeds minder dingen en ook de sociale contacten worden steeds minder. Dit zorgt ervoor dat de jongere zich onvoldoende ontwikkeld. Hij ontwikkeld zich namelijk alleen nog maar op bepaalde gebieden waarin hij/zij zich veilig voelt.
Jongeren met angststoornissen piekeren veel, hierdoor liggen ze ’s nachts vaak wakker en hebben ze veel last van vermoeidheid. Dit zorgt ervoor dat leerlingen op cognitief niveau minder informatie opnemen en kunnen verwerken.

Dwangstoornis

Een dwangstoornis kost veel tijd en energie, dit kan ertoe leiden dat de jongere geen tijd meer overhoud om huiswerk te maken en hierdoor minder goed gaat presteren op school. Verder gaan jongeren steeds minder activiteiten ondernemen doordat hun dwangstoornis ze zoveel tijd en energie kost. Doordat ze minder activiteiten ondernemen, komen ze ook minder onder de mensen en stagneert de sociale ontwikkelen. Ook de schaamte heeft invloed op de sociale ontwikkeling. Jongeren met een dwangstoornis, weten dat het vreemd is wat ze doen, maar ze kunnen het niet onderdrukken, dit leid tot schaamte. Door de schaamte neemt het aantal sociale contacten af en stagneert de sociale ontwikkeling.

Gevolgen voor de opvoeding en de omgeving

Stemmingstoornis

Het is voor jongeren die leiden aan een stemmingstoornis erg belangrijk om het nut van het leven in te zien, in te zien dat zei een uniek, mooi en geweldig persoon zijn. Het is daarbij de taak aan de verzorgers om positieve dingen te benadrukken. Verder is het belangrijk dat ze het kind stimuleren om weer dingen te ondernemen. Dit is een lastige taak, hun kind heeft daar zelf namelijk helemaal geen behoefte aan en zal zich verzetten tegen de verzorgen.
Het heftigste voor de omgeving is dat je zelf zo weinig kan doen, je maar aan moet zien dat het steeds slechter gaat met de jongere.

Angststoornis

Jongeren met een angststoornis hebben geliefden nodig die ze steun kunnen geven, die ervoor kunnen zorgen dat de jongere op het moment van een angstaanval ze niet nog verder bergafwaarts gaan maar weer een stukje omhoog klimmen. Verder is het belangrijk dat de geliefden de jongere helpen met het doorbreken van barrières.
Het gevolg voor de opvoeding en omgeving is dat men erg veel geduld moet hebben, je veel zal moeten communiceren met de jongere en dat het initiatief vrijwel altijd vanuit jou moet komen.
Je kan de jongere niet geheel vrij laten, je zal er altijd en overal voor hem moeten zijn en het kost de verzorgers enorm veel energie om constant zoveel aandacht aan het kind te geven.

Dwangstoornis

Door de schaamte voor de stoornis zal de jongeren zich steeds verder afschermen voor de omgeving en opvoeders. Het is van belang dat de opvoeders het niet klakkeloos accepteren, zij zullen een actieve houding aan moeten nemen waardoor ze met hun kind in gesprek gaan en zo de oorzaken van de dwangstoornis kunnen achterhalen, de schaamte een beetje weg kunnen nemen en ervoor zorgen dat de jongere zichzelf accepteert.
Wanneer de jongere in een sociaal isolement verkeerd kan dat een negatieve invloed hebben op het hele gezin. Het beperkt namelijk niet alleen de vrijheid van de jongere maar ook die van het gezin.

Gevolgen voor de puberteit

Stemmingsstoornis

In de puberteit vinden er veel ontwikkelingen plaats. Door een depressie komen deze ontwikkelingen niet op gang en bouwt de jongere een achterstand op sociaal-emotioneel gebied op. Een jongeren met een stemmingsstoornis zal zijn eigen persoonlijkheid niet ontwikkelen, zal weinig sociale contacten leggen en zal geen doelen voor de toekomst ontwikkelen.

Angststoornis

Jongeren die leiden aan een angststoornis gaan sociale contacten vermijden, en zich voor veel dingen afzonderen. Dit zorgt ervoor dat zij zich op sociaal gebied onvoldoende zullen ontwikkelen. Om alle ontwikkelingen in de puberteit goed te doorlopen zijn vriendschappen erg belangrijk. Zij helpen de adolescent een beeld te vormen over zichzelf. Bij een jongere met een angststoornis zal de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid dus vaak minder soepel en minder snel verlopen.
Adolescenten maken zich in de puberteit vrij en onafhankelijk. Voor een adolescent met een angststoornis is dit erg lastig, het wekt bij hun namelijk angsten op om nieuwe andere dingen te ondernemen.

Dwangstoornis

Jongeren met een dwangstoornis schamen zich vaak voor hun stoornis waardoor ze zich in bepaalde situaties anders voordoen. Ze accepteren zichzelf niet, in de puberteit is het juist zo belangrijk dat ze zichzelf gaan ontwikkelen naar hun eigen persoonlijkheid. Door de schaamte gebeurt dit vaak niet bij jongeren met een dwangstoornis.
Verder neemt de hoeveelheid sociale contacten vaak af waardoor de jongere zich eenzaam kan gaan voelen en een negatief zelfbeeld kan ontwikkelen doordat hij te weinig aandacht krijgt van vrienden.

Beleving van de stoornis

Stemmingstoornis

Een stemmingsstoornis wordt door bijna iedereen anders ervaren. Een groot deel van de mensen die lijd aan een stemmingstoornis ontkent er last van te hebben, ze geven aan dat ze gewoon vermoeid zijn, dat ze overspannen zijn of dat ze gewoon een lichamelijke kwaal hebben. Er is ook een andere groep die zich heel bewust realiseert dat ze veel last hebben van depressieve gevoelens en zich ook echt slecht voelt. Hoe men een depressie beleeft hangt vaak samen met de reden waardoor de depressie is ontstaan. Verder heeft ook de interpretatie van de partner of een ander dichtbijstaand persoon invloed op de manier waarop iemand de depressie ervaart.

Angststoornis

Iedereen weet wel hoe het is om ergens bang voor te zijn of ergens nerveus voor te zijn. Zo voelt iemand met een angststoornis zich behoorlijk vaak. Natuurlijk wendt het een beetje, maar het leven ziet er voor mensen met een angststoornis soms erg somber uit. Ze zien hun wereld steeds kleiner worden omdat ze steeds minder ondernemen, ze verliezen sociale contacten die ze later weer gaan missen. Jongeren die last hebben van een angststoornis gaan zich afvragen waarom heb ik dit, waarom heb ik geen controle over mijzelf en kunnen zichzelf hier boos over maken.
Jongeren zijn vaak op zoek naar een gevoel van erkenning en herkenning. Jongeren met een angststoornis lopen tegen het probleem aan dat ze niet begrepen worden door hun omgeving. Dit zorgt voor frustraties bij de jongeren. Verder hebben veel jongeren met een angststoornis last van schaamte, ze schamen zich voor de angsten die ze hebben.

Dwangstoornis

De dwanggedachten zitten de gewone gedachten vaak in de weg dit leid tot onzekerheid, angst, woede en frustratie bij de jongere.
Het kost de jongere enorm veel energie om alle dwanghandelingen uit te voeren en overal rekening mee te houden, daardoor zijn jongeren met een dwangstoornis vaak oververmoeid.
Verder kunnen ze zich eenzaam voelen doordat ze steeds meer sociale contacten verliezen en kunnen ze zichzelf niet accepteren doordat ze zich schamen voor hun stoornis.

Comorbiditeit

Stemmingsstoornis

Depressie komt vaak voor in combinatie met andere gedragstoornissen. Zo komt depressie vaak voor in combinatie met gegeneraliseerde angststoornissen. Verder kan depressie samen met een ontwikkelingsstoornis voorkomen.

Angststoornis

Bij de meeste jongeren ongeveer 80% komen er verschillende soorten angststoornissen tegelijk voor. Verder komt een angststoornis vaak voor in combinatie met een stemmingsstoornis en komt het voor in combinatie met ADHD en ODD/CD.

Dwangstoornis

Een dwangstoornis komt vaak samen voor met een angststoornis, een stemmingsstoornis, GTS, ADHD, ODD en CD. Er zijn mensen die denken dat dwangstoornissen ook voorkomen met ASS maar hier is niet iedereen het mee eens.

Behandeling

Stemmingsstoornis

Om een depressie te behandelen zal allereerst gezocht moeten worden naar de oorzaak. Wanneer men de oorzaak gevonden heeft kan men doormiddel van een combinatie van verschillende therapieën zoals psyche-educatie, cognitieve gedragstherapie, ouderbegeleiding en medicatie de depressie verminderen en heel misschien zelf verwijderen. Het is echter belangrijk dat de jongere vele aan lichamelijke beweging doet en steeds meer sociale contacten gaat leggen.

Angststoornis

Er zijn veel verschillende soorten en vormen van angststoornissen, daardoor zijn er ook vele vormen van behandelingen. Het is in ieder geval belangrijk dat er een vorm van gezintherapie komt, soms worden er medicijnen voor geschreven en het is belangrijk dat de adolescent veel ontspanningsoefeningen doet.

Dwangstoornis

Bij een dwangstoornis is een behandeling erg belangrijk, hoe eerder de behandeling start hoe beter het resultaat zal zijn. Bij de behandeling is het belangrijk dat de therapeut ervoor zorgt dat de jongere de dwanghandelingen en dwanggedachten niet gaat onderdrukken, dit kan namelijk leiden tot angst of agressie. De behandeling van de dwangstoornis bestaat meestal uit gedragstherapie met eventuele medicatie. En evenals bij de andere emotionele stoornissen wordt het gezin betrokken bij de behandeling.

Gevolgen voor het onderwijs

De onderstaande adviezen zijn geschreven aan de hand van de Cordys handelingswijzer.
Cordys, geeft aan dat leerlingen met angst en dwangstoornissen vrijwel dezelfde symptomen vertonen en dezelfde aanpak in de klas nodig hebben vandaar dat deze twee categorieën samengevoegd zijn.

Wat zie je in de klas



Stemmingsstoornis

· Teruggetrokken gedrag
· Doet niet mee; is futloos
· Staren
· Neemt geen deel aan groepsproces
· Ongevoelig voor prikkels
· Geheugen- of concentratieproblemen
· Snel denken niets te kunnen
· Negatief, somber
· Vaak faalangst
· Spijbelen
· Stoer gedrag
· Drankgebruik
· Plotselinge verslechtering van de leerprestaties
· Uitspraken waarin de leerling woorden waaruit doorklinkt dat de leerling er beter niet meer zou zijn, of waarin uitzichtloosheid doorklinkt.

Angststoornis & dwangstoornis

· Woede-uitbarstingen.
· Terugtrekken
· Transpireren, trillen/beven
· Dwanghandelingen
· Hyperventilatie
· Duizeligheid
· Uitgesproken angst om zelfbeheersing te verliezen of gek te worden.
· Angst om dood te gaan.
· Vermijdingsgedrag
· Niet doen is niet durven, terwijl men wel wil.
· Informatie wordt vaak selectief opgenomen.
· Paniek waardoor functioneren wordt belemmerd.

Gevolgen van de stoornis voor het functioneren op school


Een emotionele stoornis kan grote gevolgen hebben op het functioneren op school. Door de vele verschillende vormen van emotionele stoornissen beschrijf ik hier de meest algemene gevolgen.
Over het algemeen hebben alle jongeren met een emotionele stoornis moeite om in slaap te vallen, zijn ze extra vermoeid en hebben ze moeite om zich te concentreren op school. Door de vermoeidheid kunnen de jongeren ook opstandig en agressief gedrag vertonen.
Het kost jongeren met angst en dwangstoornissen zoveel energie om met hun stoornis om te gaan dat ze helemaal geen zin meer hebben om hun huiswerk te maken. Jongeren met stemmingsstoornissen hebben ook moeite met het maken van huiswerk doordat zij in een negatieve bui zitten en niet gemotiveerd zijn om huiswerk te maken.
De jongeren schamen zich vaak voor hun stoornis en hebben het idee dat anderen niet begrijpen wat zij doormaken. Dit leid voor het verbreken van sociale contacten. Het omgaan met medeklasgenoten is dan ook extra moeilijk voor leerlingen met emotionele stoornissen, samenwerken is iets waar zij dan ook tegenop zien.
Leerlingen met angst en dwangstoornissen zijn bang voor bepaalde dingen, deze situaties vermijden ze liever. Wanneer deze situaties zich in de school voor kunnen doen zal de leerlingen die situaties proberen te vermijden wat kan leiden tot afzondering en spijbelen.
Ook jongeren met een stemmingsstoornis spijbelen vaak, ze hebben dat geen zin om naar school te gaan, ze voelen zich dan niet goed.



Wat moet je doen als leerkracht

Stemmingsstoornis

De beste aanpak in de klas:
· Stel niet te hoge eisen, vraag alleen wat haalbaar is.
· Toon begrip en geef positieve aandacht.
· Stel reële eisen zowel wat betreft werk als wat betreft gedrag.
· Succeservaringen zijn belangrijk.
· Zoek de sterke kanten van de leerling en benoem die.
· Probeer te activeren, maar biedt daarbij wel structuur.
· Geef alleen hulp wanneer nodig. Pas op voor aangeleerde hulpeloosheid.
· Bied een veilige omgeving.
· Beloof geen geheimhouding. Ga er wel secuur mee om. Vertel aan wie je het vertelt en
waarom.
· Probeer hem/haar een maatje te geven.
· Stimuleren mee te doen aan gym, lichamelijke activiteiten zijn belangrijk voor deze leerlingen.
· Houdt "emotioneel" genoeg afstand.
· Betrek de leerling bij de les.
· Reageer voorspelbeer en kalm en communiceer positief.
In ieder geval niet doen:
· Depressiviteit belachelijk maken.
· Sarcastisch reageren.
· De leerling negeren.
· Hem/haar een uitzonderingspositie geven.
· Stel je als docent niet op als een hulpverlener maar zorg er alleen voor de situatie in de klas verbeterd zodat de leerprestatie groter wordt. Dat is tenslotte hetgeen waarvoor de leerling naar school komt.

Angststoornis & dangstoornis

De beste aanpak in de klas:
· Zorg voor succeservaringen.
· Complimenteer
· Zorg voor een veilige sfeer, o.a. door regels en structuur.
· Ga ook na of er een reële oorzaak is voor de angst.
· Vertel wat u hier en nu ziet.
· Hoe werd eerder angst of stress overwonnen? Verwijs naar succeservaring.
· Probeer hem/haar vooral dingen te laten doen i.p.v. hem/haar te laten malen of tobben.
· Schenk heel gericht aandacht aan de jongere als hij/zij niet angstig is.
· Toon begrip en geef positieve aandacht.
· Reageer voorspelbaar en kalm en reageer positief.
· Praat over gevoelens en stimuleer positieve gedachten (cognities).
· Stel reële en duidelijke eisen aan zowel werk als gedrag.
· Voorbespreken en voorspelbaar maken van de lesinhoud.
· Gestructureerde lessen
· Laat zien dat je zelf ook angsten hebt en toon aan dat je hier goede oplossingen voor hebt.
· Groepswerk en spreekbeurten biedt leerlingen de mogelijkheid om te leren omgaan met hun angsten.
· Licht medeleerlingen in wanneer de persoon in kwestie zich hier goed bij voelt.

Wat moet je in ieder geval niet doen:

· Kritiek uiten en straf geven die als bedreigend kan worden ervaren.
· Angst bagatelliseren of wegpraten.
· Betutteling; antwoord meteen en direct.
· Stel je als docent niet op als een hulpverlener maar zorg er alleen voor de situatie in de klas verbeterd zodat de leerprestatie groter wordt. Dat is tenslotte hetgeen waarvoor de leerling naar school komt.


Aandachtspunten voor medeleerlingen


De belangrijke taak van de medeleerlingen van een leerling met emotionele stoornis is ervoor te zorgen dat hun klasgenoot zijn schaamte kan overwinnen en weer meer sociale contacten legt dit kunnen ze doen door:

· Probeer de situatie van je klasgenoot te begrijpen.
· Probeer je klasgenoot te betrekken in verschillende activiteiten.
· Porbeer je klasgenoot positief te benaderen.
· Praat met je klasgenoot ook over jezelf.
· Geef bij samenwerking je klasgenoot niet al te grote taken.
· Vraag bij samenwerking om de mening van je klasgenoot.

Handreiking voor mentoren om deze leerling te begeleiden



Stel niet te hoge eisen, vraag alleen wat haalbaar is:
· Bespreek met de leerling wat haalbaar is.
· Begin met lage eisen en verhoog ze stapsgewijs.
Toon begrip en geef positieve aandacht:
· Geef aan wat de leerling precies goed doet.
· Zorg ervoor dat de positieve feedback echt is.
Probeer te activeren, maar biedt daarbij wel structuur.
· Laat de leerling wat doen waar hij/zij geïnteresseerd in is.
· Geef duidelijk aan wat de opdracht is, maar zorg ervoor dat de leerling af en toe wat keuzemogelijkheden heeft.
Bied een veilige omgeving.
· Bespreek met de leerling in welke situaties hij zich ongemakkelijk voelt en probeer deze aan te pakken.
· Zet de tafels niet te dicht bij elkaar.
· Houd de reacties van de medeleerlingen in de gaten.

Een rugzak


Een rugzakleerling is een leerling die op reguliere school zit maar vanuit de overheid geld krijgt zodat de school extra aandacht aan de leerling kan besteden.
Een leerling met een emotionele stoornis komt in aanmerking voor een rugzak wanneer:



  1. Op basis van psychodiagnostisch of psychiatrisch onderzoek eventueel in combinatie met andere onderzoekgegevens over de mate waarin de problematiek een integraal karakter heeft, is vastgesteld een ernstige psychische stoornis of een ontwikkelingspsychopathologie volgens het classificatiesysteem DSMIV of ICD10, voor zover het betreft:
    1°. een emotionele stoornis;
    2°. een gedragsstoornis; of
    3°. een ontwikkelingsstoornis,
  2. De stoornis, bedoeld onder a, zich manifesteert op school, en thuis of tijdens vrijetijdsbesteding waarbij gerichte hulpverlening is verleend of wordt verleend door een voorziening als Jeugdhulpverlening, JeugdGGZ of hulp door een kinderpsychiatrische voorziening of Jeugdbescherming.
  3. Sprake is van een beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit twee in dit onderdeel bedoelde subonderdelen:
    1. leerachterstanden als bedoeld in artikel 13, onder a, die niet toe te schrijven zijn aan een beperkt niveau van cognitief functioneren;
    2. ernstige tekortkomingen in verband met het gedrag als bedoeld in artikel 13, onder g, sub1.
    3. ernstige problemen in de interactie met het onderwijzend personeel als bedoeld in artikel 13, onder g, sub 2
    4. ernstig storend gedrag in het onderwijsleerproces van medeleerlingen als bedoeld
    in artikel 13, onder g, sub 3 of
    5. extreem agressief gedrag of extreem impulsief gedrag als bedoeld in artikel 13, onder h, en
  4. De zorg onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.
Citaat: http://www.50tien-oudersenrugzak.nl/oudersenrugzak/download/common/indicatiecriteria-cluster-4.pdf



Onderzoek op je leerwerkplek


Tijdens het gesprek met de zorgcoördinator viel het op dat ze pas sinds vorig schooljaar bezig zijn het ontwikkelen van een goed zorgsysteem. Er is daardoor nog erg veel onduidelijkheid, waardoor veel van mijn vragen onbeantwoord bleven en bepaalde antwoord geschat zijn, zoals het aantal leerlingen met een stoornis.

Aantal leerlingen

Dyslectie: ±60
Autisme:
PDD-NOS ±20
Syndroom van asperger 0
MCDD ±2
ADD/ADHD ±35
NLD ±2
Emotionele stoornissen Geen enkele gediagnosticeerd
Agressieve gedrag stoornis ±3

Kopie zorgplan

Dit plan hadden ze niet standaard klaar liggen de zorgcoördinator zou dit volgende week voor mij meenemen, het komt er dus aan.

De begeleiding

De vakdocenten, ouders, leerlingen of mentor signaleren een probleem, het is vervolgens de taak van de mentor om contact met de ouders op te nemen en toestemming te vragen om het probleem voor te leggen aan de zorg en/of leerling-coördinator voor te leggen. Wanneer het probleem voor gelegd is aan de zorg en/of leerling-coördinator wordt er nagegaan of de leerling extra hulp nodig heeft, zo ja dan wordt de aanvraag besproken in het zorgteam. Het zorgteam maakt een handelingsplan waarin staat hoe de leerling begeleid gaat worden, dit kan zowel interne als externe begeleiding zijn. Wanneer het zorgteam er niet uit komt welke hulp de leerling nodig heeft word de vraag voorgelegd aan het ZAT, dit is een team van interne en externe vakkundige. Zij zullen vervolgens een handelingsplan opstellen.
Wanneer het handelingsplan een tijdje in actie genomen is word er geëvalueerd en deze evaluatie leid tot een aanpassing van het handelingsplan of tot een invoering van het evaluatieplan in het leerling volgsysteem, dit gebeurt door de mentor.


Verwijzingen

In principe verloopt alles via de mentor, dit is ook te zien in het onderstaande schema.

zorg.jpg










Ervaringen docenten


Docent 1:
Ik moet eerlijk zeggen dat het er wel een bij in schiet maar over het algemeen probeer ik van de voren tijdens de lesvoorbereiding goed na te gaan wat de problemen voor de leerlingen zullen zijn. Door dit te doen voorkom ik al een heleboel problemen.
Verder vraag ik regelmatig aan de leerling hoe het gaat en vraag ik tegen welke problemen hij aanloopt. Ook vindt ik het belangrijk om het probleem van de leerling te begrijpen, wanneer ik begrijp wat er in de leerling omgaat, waar hij last van heeft dan kan ik mijn lessen daar veel beter op aanpassen.


Docent 2:
Ik ga heel bewust om met leerlingen. Ik vind het zelf erg fijn om veel contact met de leerlingen te hebben zodat ik van leerlingen hoor wat ze juist wel een niet waarderen.
Verder denk ik dat het goed is om concreet te noemen welk gedrag jij wel en niet waardeert en aan te geven wat het met jou doet wanneer een leerling dat gedrag vertoont.
Leerlingen met ODD benader ik op een andere manier dan de overige leerlingen, ik probeer zo veel mogelijk om niet dwingend over te komen. Ik bedenk van te voren, is het een conflict waard? Wat gebeurt er als ik het laat lopen?



Ervaring mentor

Dit komt er nog aan, ik heb aanstaande woensdag een interview met een mentor.

Interview leerling

Ik heb helaas geen interview kunnen doen met een leerling die last heeft van een emotionele stoornis. Er zijn wel leerlingen die last hebben van een emotionele stoornis, maar deze zijn nog niet gediagnosticeerd en het is voor hen nog te moeilijk om erover te praten.

Lesgeven


Klas
B4K natuurkunde
Lesstof
H 12 veiligheid in het verkeer
12.1 + 12.2

Beginsituatie
Start van een nieuw hoofdstuk, de leerlingen weten al het een en ander over verkeer dit gaan ze tijdens deze les koppelen aan de natuurkunde.
Doelstelling
- Leerlingen halen al eerder opgedane kennis op.
- Leerlingen kunnen de versnelling van een versnellend en remmend voorwerp berekenen aan de hand van:
a= Fnetto/ m


Specifieke leerlingen
Karel: Sociale angststoornis

Lesverloop


Introductie


Oefenfase


Toepassingsfase

Lesstof
§12,1 wat weet ik al
Informatie §12.2 p. 30+31
Opgaven §12.2 p. 30+31
Doel
- Het nieuwe hoofdstuk introduceren
- Eerder opgedane kennis naar boven halen

- Leerlingen leren hoe de formule a=Fnetto/m toegepast kan worden.
- Leerlingen kunnen de formule a=Fnetto/m toepassen.
Materialen
- PowerPoint
- smartboard
- boek

- PowerPoint
- smartboard

- Pen
- rekenmachine
- boek
- papier

Werkvormen
- discussie
- opgaven maken

- klassikale instructie
- klassikaal opgaven maken

- Zelfstandig opgaven maken.
Activiteiten docent
- De docent vertelt dat ze vandaag met een nieuw hoofdstuk gaan beginnen. Dat ze het zullen hebben over versnellen. En vertelt vervolgens de planning van de les.
- De docent start de discussie door te vragen wat er allemaal met veiligheid in het verkeer te maken heeft.
- Opdracht geven voor het maken van de opdrachten in § 12.1
- Opgaven § 12.1 klassikaal bespreken.

- Uitleg geven aan de hand van de PowerPoint over versnellen en afremmen.
- Aangeven wat leerlingen over moeten nemen

- Leerlingen aan het werk zetten met de opgaven op pagina 30 en 31.
- Rondlopen en vragen van leerlingen beantwoorden.
- Wanneer een leerling een vraag heeft vraag of een andere leerling hem dit uit wilt leggen.

Activiteiten leerlingen
- Aangeven wat volgens hen allemaal te maken heeft met veiligheid in het verkeer.
- Opgaven §12.1 maken
- Meedoen met het bespreken van §12.1

- Luisteren
- Notities maken.
- De klassikale opdrachten maken.

- Opdrachten maken
- Vragen stellen, zo nodig
- Elkaar helpen met het beantwoorden van vragen.

Aandacht voor specifieke leerlingen
Karel :
- Zorg voor structuur in de les en geef deze structuur aan het begin van de les aan.
- Stel reële en duidelijke eisen.
- Geef net als andere leerlingen de beurt en zorg voor succeservaringen.
- Complimenteer en geef aandacht tijdens het zelfstandig opgaven maken.
- Zorg dat de regels duidelijk zijn.
- Zorg dat ze bezig blijven, zodat ze niet gaan tobben.
- Reageer voorspelbaar, kalm en positief

Bij een angstaanval:
- Geef aan hoe hij deze eerder overwonnen heeft.
- Praat over de gevoelens en stimuleer de positieve.


Klas
V4K
Lesstof
§11.2 + §11.3
Beginsituatie
Leerlingen hebben de opgaven van §11.2 over moleculen gemaakt en weten al dat moleculen uit atomen bestaan. Vandaag gaan ze het hebben over atomen en waar atomen uit opgebouwd zijn.
Doelstelling
- Leerlingen kunnen vertellen dat een atoom voornamelijk bestaat uit een grote leegte waarbinnen zich een kern van protonen en neutronen en een elektronenwolk van snel bewegende elektronen bevinden.
- Leerlingen kunnen weten de onderstaande gegevens en kunnen hiermee beredeneren hoeveel protonen, neutronen en elektronen een atoom heeft met een bepaald atoomnummer en massagetal.
Atoomnummer= aantal protonen = aantal elektronen
Massagetal= aantal protonen + neutronen
- Leerlingen kunnen vertellen wat het verschil is tussen een atoom en een isotoop.

Specifieke leerlingen
Erik: Depressieve stoornis

Lesverloop


Introductie


oefenfase


toepassingsfase

Lesstof
Bespreken §11.2


Doel
- De lesplanning aangeven.
- Leerlingen begrijpen de opdrachten van §11.2.

- Al eerder verworven kennis over moleculen en atomen herhalen.
- Leerlingen leren waar een atoom uit bestaat.
- Leerlingen leren wat het massagetal is.
- Leerlingen leren waar het atoomnummer voor staat.
- Leerlingen leren wat het verschil is tussen een isotoop en een atoom

- Zie Doelstelling
Materialen
- smartboard
- smartboard
- filmpje youtube
- 8 tennisballen
- knikker

- Pen
- rekenmachine
- boek
- papier

Werkvormen
- bespreken van opgaven
- klassikale instructie inclusief filmpje en demo
Zelfstandig werken
Activiteiten docent
- aangeven wat de lesplanning is.
- klassikaal opgaven bespreken m.b.v. de antwoorden op het smartboard.

- Herhaling moleculen en atomen.
- Uitleg geven over de bouw van een atoom
- Demo: hoe ziet een atoom eruit
- film snelheid elektronen starten.
- Uitleg atoommassa en atoomnummer
- Oefenopgaven atoomnummer en atoommassa
- Aangeven wat de leerling moeten noteren

- Leerlingen aan het werk zetten met de opgaven van § 11.2
- Rondlopen en vragen van leerlingen beantwoorden.
- Wanneer een leerling een vraag heeft vraag of een andere leerling hem dit uit wilt leggen.

Activiteiten leerlingen
Luisteren en nakijken van de opgaven.
- Luisteren
- Oefenopgaven maken
- Notities maken

- Opgaven maken
- Vragen stellen
- Elkaar helpen met het
beantwoorden van
vragen.
vra

- Elk
-

Aandacht voor specifieke leerlingen
Erik:
- Zorg voor structuur in de les en geef deze structuur aan het begin van de les aan.
- Stel reële en duidelijke eisen.
- Zorg dat de regels duidelijk zijn.
- Geef net als andere leerlingen de beurt en zorg voor succeservaringen.
- Complimenteer tijdens het maken van opgaven maar zorg ervoor dat het niet te veel en onrealistisch wordt.
- Zorg dat ze bezig blijven, zodat ze niet gaan tobben.
- Reageer voorspelbaar, kalm en positief
- Toon begrip
- ( benoem de sterke kanten van de leerlingen)
- Zorg voor een maatje die hem tijdens de les kan helpen
- Geef alleen hulp wanneer dat nodig is.



Bronnen:


Boeken:
· E. van der Vegt, J. H. Loonstra(2005), stille leerlingen zeggen veel, uitgeverij Garant
· M. Baard, D. van der Elst, M.van leijenhorst, (2008), ongewild lastig, uitgeverij Pica

Websites:
· http://74.125.77.132/search?q=cache:nu2cmNmi3ZcJ:web.inter.nl.net/hcc/codemas/nl/profs/files/tekst_1.doc+beleving+van+een+depressie&cd=1&hl=nl&ct=clnk&gl=nl
· http://nlforum.merudi.net/ubbthreads.php/topics/77296/Angst_aanvallen_en_hoe_ermee_o.html
· http://www.cordys.nl/website/downloads/Cordys%20HW02%20Depressie.pdf
· http://www.cordys.nl/website/downloads/Cordys%20HW07%20Angst.pdf
· http://www.50tien-oudersenrugzak.nl/oudersenrugzak/algemeen/alles_over_de_rugzak/wat_is_de_rugzak
· http://www.50tien-oudersenrugzak.nl/oudersenrugzak/download/common/indicatiecriteria-cluster-4.pdf